de beste versie

Hoogbegaafd, hoogsensitief, iemand die te veel denkt, te veel voelt, complex, ongemakkelijk, met een lichte bindingsangst – of misschien gewoon met gezonde grenzen. Kortom: de beste versie. Zoals ze is.

Jarenlang hoorde ik steeds hetzelfde idee, alleen telkens in een andere verpakking: werk aan jezelf, ontwikkel jezelf, ga helen, word bewuster, laat het oude los en word uiteindelijk de beste versie van jezelf en als spiritualiteit meer jouw ding is: bereik dan eindelijk die ene staat van zijn van waaruit het leven vanzelf goed op zijn plek begint te vallen.

En ik deed het allemaal. Ik las, studeerde, analyseerde, zocht naar oorzaken, observeerde mezelf, ontleedde mijn reacties en probeerde oprecht weer dat volgende stukje van mezelf te vinden dat nog niet genoeg ontwikkeld, niet bewust genoeg of – god verhoede – nog altijd niet geheeld was.

Tot op een dag juist dat eindeloze werken aan mezelf mijn blinde vlek werd. Want ergens tussen helen, verwerken, loslaten, bewust worden en nóg een laagje van jezelf onderzoeken, dienen zich twee nogal ongemakkelijke vragen aan: Hoe lang nog? En de nog ongemakkelijkere: Wat is er al die tijd eigenlijk mis met mij?

Als ik naar mijn levensverhaal kijk en volgens de regels van eindeloze heling speel, vrees ik dat ik weinig kans heb dit project tijdens dit leven af te ronden. Er is genoeg materiaal voor nog een paar reïncarnaties, terwijl ik eigenlijk van plan was eerst deze te leven.

Het probleem begint wanneer al die ideeën niet langer iets zijn wat je onderzoekt, maar iets worden waarmee je jezelf automatisch verklaart. Dan is een grens ineens bindingsangst, boosheid een onverwerkt trauma, afstand nemen vermijding, gevoeligheid een probleem en een duidelijke nee blijkbaar materiaal voor nog drie sessies.

En het hoeft niet eens uit jezelf te komen. Er is altijd wel iemand die bereid is je uit te leggen wat er werkelijk met je aan de hand is. Een therapeut, coach, spiritueel leraar, partner, vriendin of iemand die gisteren een podcast over hechtingsstijlen heeft gehoord: je accepteert mannen niet, je staat niet open, je bent te kritisch, je moet leren loslaten, je bent nog niet geheeld. Fascinerend. Misschien heb ik gewoon een grens.

Dat is precies waar self-improvement ongemerkt kan omslaan in iets heel anders. Je leert jarenlang dat je jezelf serieus moet nemen, maar bouwt ondertussen zo’n overtuigend systeem rondom je eigen ‘ongeheelde delen’ dat je op een gegeven moment ieder helder signaal van jezelf opnieuw ter discussie kunt stellen. Dan gebeurt er iets behoorlijk absurds: de zoektocht naar jezelf begint voor jou te bepalen wie je bent.

Op een gegeven moment begreep ik dat dit voor mij geen ontwikkeling meer was. Het was een nieuwe vorm van innerlijke strijd — alleen bijzonder mooi verpakt als bewustzijn en toen verscheen er, in plaats van alweer de vraag ‘Wat moet ik nog aan mezelf veranderen?’, een andere: Wat als er al niets mis is met mij?

 

Van jongs af aan was ik anders

Van jongs af aan wist ik dat ik anders was, al kende ik toen natuurlijk de woorden hoogsensitief en hoogbegaafd nog niet. Ik stelde eindeloos veel vragen – of zei juist helemaal niets en observeerde. Ik voelde mensen, las situaties en zag soms iets wat anderen pas veel later zagen, of helemaal niet. Volwassenen zeiden vaak dat ik uitzonderlijk slim was. Zelf herinner ik me vooral dat ik vaak niet werd begrepen  en, eerlijk gezegd, dat ik andere mensen minstens zo vaak niet begreep.

Mijn leven kende prachtige momenten, maar ook ervaringen die uitzonderlijk donker en intens waren. Toen ik zeven was, vond ik in een openbaar toilet in Igarka, tussen de uitwerpselen, een dode pasgeboren baby die daar door zijn moeder was achtergelaten. Later zag ik die vrouw aanwijzen hoe ze het had gedaan. Wat me misschien nog het meest trof, was dat er vrijwel geen emotie zichtbaar was.

Ik had op mijn zevende uiteraard nog geen theorie over de menselijke natuur. Maar ik begreep iets wat me nooit meer helemaal heeft verlaten: wat voor de ene mens van onschatbare waarde is, kan voor een ander vrijwel niets betekenen. Het was een vroege kennismaking met de enorme tegenstrijdigheid van de mens.

In mijn vroege tienerjaren kreeg ik te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag en later volgden meer situaties waarin grenzen ernstig werden overschreden. Ik wil daar geen dossier van maken. Het hoort bij mijn geschiedenis, het heeft sporen achtergelaten, maar het is niet mijn identiteit.

Wat ik achteraf wel zie, is hoe intens mijn ontmoetingen met mensen altijd zijn geweest. Ik was gevoelig, uitgesproken, nieuwsgierig, zichtbaar en moeilijk onverschillig te benaderen. Mensen reageerden op mij. Soms bracht dat bijzondere mensen en prachtige ervaringen in mijn leven. Soms bracht het mij heel dicht bij kanten van de mens die buitengewoon donker konden zijn. Misschien is dat ook waarom ik mensen nooit eenvoudig heb kunnen zien als goed of slecht. Ik had al heel jong gezien hoeveel tegenstrijdigheden er in één mens, één familie en uiteindelijk één leven kunnen bestaan.

Thuis leefde ik met diezelfde tegenstelling. Mijn moeder was al vanaf mijn vroegste jeugd zwaar alcoholverslaafd. Van haar kende ik nauwelijks warmte, liefde of zorg; vaak waren de rollen juist omgedraaid en moest ík voor haar zorgen. Dat laat natuurlijk sporen na in hoe een kind zich ontwikkelt en naar zichzelf en andere mensen leert kijken.

En daarnaast was er mijn vader. Hij gaf me bijna het tegenovergestelde mee: onvoorwaardelijke liefde, respect, veiligheid en het vanzelfsprekende gevoel dat ik waardevol was zonder daar eerst iets voor te hoeven doen. Zo leerde ik al heel jong twee totaal verschillende werkelijkheden van menselijke nabijheid kennen.

Een behoorlijk interessante basisuitrusting dus voor een toekomstige ‘beste versie van mezelf’: hoogsensitief, een razendsnel brein, al vroeg geconfronteerd met de donkere kanten van het leven – en tegelijkertijd de ervaring van enorme vaderlijke liefde. Wat hiervan moet nu precies ‘geheeld’ worden? En wat mag gewoon bij mij horen? Wie bepaalt eigenlijk welk deel mij heeft ‘beschadigd’ en welk deel mij heeft gemaakt tot de vrouw die ik vandaag ben?

art has no rules

En toen werd de rebel in mij wakker

Mijn tienerjaren speelden zich af tegen een nogal surrealistisch decor: de Sovjet-Unie begon uit elkaar te vallen, terwijl ik zelf ongeveer hetzelfde deed met alles wat mij vertelde hoe een ‘goed meisje’ hoorde te zijn. Op papier zag het er overigens keurig uit. Ik was een uitstekende leerling, leerde razendsnel en zat op een goede school. Mijn vader was directeur van de rivierhaven, mijn moeder arts. Kortom: een keurige Sovjetdochter uit een keurig gezin.

Alleen gedroeg die dochter zich steeds minder volgens de gebruiksaanwijzing. Ik rookte demonstratief op het schoolplein. Ik experimenteerde met marihuana en kon daarna doodleuk bij scheikunde verschijnen – een vak waarmee de liefde overigens nooit wederzijds is geworden. Dan hing ik weer rond tussen hippies, dan zocht ik ergens anders naar een wereld waarin niemand mij vertelde hoe een meisje hoorde te denken, leven of zich gedragen. Een modellering was ik dus niet bepaald.

Het irritante voor het systeem was alleen: mijn cijfers waren uitstekend. En ergens midden in die merkwaardige combinatie – goede cijfers, marihuana, een uitstekend brein en een groeiende allergie voor opgelegde waarheden – werd de rebel in mij geboren.

Niet alleen de rebel die regels wilde breken. Vooral degene die wilde weten: waarom is dit eigenlijk de waarheid? In 1993 kreeg die vraag ineens een heel andere lading. Voor mijn staatsexamen geschiedenis schreef ik mijn afstudeerwerk over Stalin en de politieke repressie. Dat klinkt vanuit 2026 misschien niet bijzonder revolutionair. Maar ik was opgegroeid in een systeem waarin Stalin decennialang niet zomaar een historische figuur was geweest. De officiële waarheid over macht, staat en geschiedenis was generaties lang van bovenaf bepaald. Mijn generatie stond precies op die vreemde breuklijn: het land was verdwenen, maar de mentale wereld waarin bepaalde vragen gevaarlijk, ongepast of simpelweg ondenkbaar waren, was niet ineens mee verdwenen.

Na mijn verdediging keek de schooldirecteur, die geschiedenis gaf, mij aan en zei: ‘Ik wil je één persoonlijke vraag stellen. Wat vind jij zelf: waren de repressies terecht of niet?’ En daar stond ik. Zeventien jaar oud. Een meisje dat op het schoolplein rookte, marihuana had ontdekt en scheikunde voornamelijk beschouwde als een ongelukkig misverstand, en dat ineens een vraag kreeg waarop een generatie eerder helemaal geen persoonlijk antwoord hoorde te bestaan.

Ik zei ongeveer: ‘Ik kan niet oordelen over een tijd waarin ik zelf niet heb geleefd. Ik kan alleen naar de feiten kijken. Maar voor mij heeft geen mens het recht een ander te doden, te vernederen of te vervolgen vanwege zijn huidskleur, cultuur, nationaliteit of overtuigingen.’ Ik kreeg een tien. En ging naar huis.

Geen revolutie. Geen groot gebaar. Gewoon een zeventienjarig meisje dat blijkbaar al één regel had waarover niet te onderhandelen viel: Een systeem kan mij vertellen wat ik moet denken, maar het krijgt daarmee nog niet automatisch het recht om te bepalen wat ik menselijk vind.

Human Mind Art bestond toen natuurlijk nog niet. Ik had geen filosofie over innerlijke architectuur en al helemaal geen methode, maar de kern was er blijkbaar al en waarschijnlijk heeft juist die rebel mij later nog vaak gered van pogingen om van mij een ‘betere versie’ te maken. Soms overigens met nogal twijfelachtige methoden. Scheikunde kan dat bevestigen.

 

Daarna bouwde ik een heel normaal leven op

Later verhuisde ik naar Nederland. Een land van vrijheid, tolerantie en de mogelijkheid om eindelijk zelf te bepalen hoe je wilt leven. Ik leerde de taal, bouwde een carrière op, werd succesvol, trouwde en kreeg een kind. Precies zoals het hoort. Toen scheidde ik. Goed. Kan gebeuren. Ik begon opnieuw, trouwde opnieuw, kreeg nog een kind. En scheidde opnieuw.

Ondertussen werkte ik, verdiende geld, groeide professioneel en bouwde steeds opnieuw verder. Van buitenaf zag mijn leven er behoorlijk geslaagd uit en op veel vlakken was het dat ook. Alleen zat er een nogal surrealistische tegenstelling in: ik leefde eindelijk in vrijheid, maar voelde me vanbinnen niet vrij. Ik kon mijn leven opbouwen, maar begreep niet waarom bepaalde delen ervan steeds opnieuw instortten. Er ontbrak iets. Niet per se een man, geld of nóg een doel. Ik begreep mijn eigen leven niet volledig.

Dus deed ik wat een intelligent mens blijkbaar doet wanneer ze zichzelf niet meer begrijpt: ik ging mezelf bestuderen. Daar begon het volgende avontuur. Self-improvement. Psychologie. Bewustzijn. Healing. Spiritualiteit. Energie. Vorige levens. Blokkades. Vibraties. Manifestatie.

Er bleek een indrukwekkende hoeveelheid verklaringen beschikbaar voor wat er allemaal nog met mij aan de hand kon zijn. Mijn moeder verwerken. Mijn vader erbij. Nog een keer mijn moeder, voor de zekerheid. Een blokkade verwijderen, een trauma helen, mijn vibratie verhogen, in de juiste staat komen. Als dat niet genoeg was, kon ik altijd nog ontdekken wie ik in een vorig leven was. Cleopatra bijvoorbeeld. Prima. Krijg ik daar nu korting mee op skincare bij een luxe parfumerie?

Of ik kon ontdekken dat iemand misschien mijn twin flame was en maanden besteden aan wat het universum mij daarmee probeerde te vertellen. Terwijl er tegenover mij gewoon een levende man zat met wie ik moest uitzoeken of ik überhaupt een relatie wilde.

Het fascinerende is: ik had hier gemakkelijk volledig in kunnen verdwijnen. Met mijn gevoeligheid en mijn vermogen om mensen en patronen snel te lezen, had ik er waarschijnlijk zelfs een uitstekend businessmodel van kunnen maken. Altijd nog een diepere laag, een verborgen oorzaak, een energie, een verklaring. Maar ergens begon die oude rebel weer onrustig te worden. Want hoe verder ik ging, hoe bekender het voelde.

Ik was opnieuw in een systeem beland. Alleen hingen er nu geen communistische slogans aan de muur. Er stonden woorden als heling, bewustzijn, spiritualiteit, vibratie en de beste versie van jezelf. Veel vriendelijker. Veel mooier. En daardoor misschien nog makkelijker om jarenlang in te blijven. Ik wees niet alles af. Integendeel. Ik ging diep, las, studeerde, experimenteerde en vond kennis die werkelijk waardevol was en nog steeds bij mij hoort.

Maar daarnaast begon zich een enorm donker bos te vormen. Een bos waarin je jarenlang steeds nieuwe dingen over jezelf kunt ontdekken, steeds een laag dieper kunt gaan en steeds iets nieuws kunt helen – terwijl je één bijzonder aardse vraag vergeet: Hoe helpt dit mij eigenlijk om te leven? Niet in mijn vorige leven. Niet wanneer ik definitief geheeld ben. Niet wanneer mijn vibratie hoog genoeg is, mijn twin flame verschijnt of ik eindelijk de ultieme versie van mezelf ben.

Hier. Nu. Op aarde. In mijn relaties. Mijn werk. Met geld. In mijn lichaam. In mijn keuzes. Op een doodgewone dinsdagochtend. Toen zag ik iets ongemakkelijks: een groot deel van alle informatie die ik had verzameld, maakte mijn leven niet groter. Het gaf me niet meer vrijheid of mogelijkheden. Het gaf me vooral meer materiaal om mezelf te analyseren. En daar was hij weer, die vraag die blijkbaar al sinds mijn jeugd weigert mij met rust te laten: Wat doe ik hier eigenlijk?

Het meisje dat ooit op het schoolplein rookte en ongemakkelijke vragen stelde aan een systeem, was nergens heen gegaan. Alleen stond er nu een volwassen vrouw en zij had opnieuw vragen.

leven op eigen regels

Ik ben geen therapeut. Ik ben kunstenaar.

Ik ben geen therapeut. Geen psycholoog. Geen coach. Geen goeroe. Ik ga je niet helen, verbeteren, reguleren, samen met jou de juiste doelen stellen of affirmaties laten herhalen tot de werkelijkheid zich eindelijk gewonnen geeft.

Ik ben kunstenaar.

Een kunstenaar die haar leven schildert met de kleuren die het leven haar heeft gegeven. En mijn palet is groot: liefde en geweld, intelligentie en eenzaamheid, succes en verwoesting, geld en het ontbreken ervan, moederschap, verhuizingen, huwelijken en scheidingen, angst en vrijheid, verlies, fouten, briljante beslissingen en een paar waarvan we het verder maar niet meer hoeven te hebben.

Ik wil geen enkele kleur uit dat palet wissen. Niet omdat alles wat mij is overkomen mooi, goed of betekenisvol was. Sommige dingen waren verschrikkelijk. Punt. Maar ze zijn geleefd en daarin zit voor mij een essentieel verschil. Ik besta niet uit tientallen versies van mezelf waarvan de ene succesvol is en de andere nog even geheeld moet worden. Mijn kern is niet iedere keer vervangen wanneer mijn leven veranderde. Ik was er altijd.

Alleen kwam ik in verschillende omstandigheden verschillende delen van mezelf tegen. Het kind. De rebel. De moeder. De vrouw die bouwde. De vrouw die verloor. De vrouw die liefhad. De vrouw die vertrok. De vrouw die geld had en degene die niet wist hoe ze de volgende maand moest betalen. De vrouw die sterk was en degene die soms werkelijk geen idee had hoe ze de volgende ochtend uit bed moest komen. Dat zijn voor mij geen defecte versies van mezelf. Het zijn delen van een geleefd leven.

 Ze hebben recht op bestaan, niet op behandeling. Op respect, niet op verbetering.

Misschien is dat voor mij uiteindelijk de meest radicale vorm van transformatie geworden: niet mijn geschiedenis eindeloos herschrijven, maar haar kunnen dragen zonder ertegen te vechten. Niet zeggen dat geweld goed was. Niet mijn moeder bedanken voor haar alcoholisme omdat het universum daar vast een prachtig lespakket bij had bedacht. Niet van iedere ramp een spiritueel cadeau maken.

Gewoon kunnen zeggen: Ja. Dit is ook gebeurd. Dit hoort bij mijn geschiedenis en ik hoef mezelf er niet voor te repareren. Misschien begint vrijheid precies daar.

Als je mijn volledige biografie zou verzamelen, en niet alleen de paar hoofdstukken uit deze tekst, kun je er waarschijnlijk een indrukwekkend dossier van maken, mij twintig jaar op een behandelbank leggen en er voor de zekerheid een medicijnkast naast zetten.

Maar ergens liep al die tijd dat buitengewoon koppige rebelmeisje rond en zij bleef dezelfde irritante vraag stellen: Wie heeft eigenlijk besloten dat er iets mis met mij is?

Human Mind Art

Ik maak tegenover mijn kinderen weleens de grap dat Human Mind Art om een vrij eenvoudige reden is ontstaan: Ik heb nooit een richting gevonden waarin men eindelijk ophield mij te willen corrigeren. Hier moest ik helen. Daar verwerken. Elders reguleren. Mijn vibratie verhogen. Mijn blokkades oplossen. Mijn beste versie worden. Op een gegeven moment dacht ik: genoeg. Dan maak ik mijn eigen richting wel. Zo ontstond Human Mind Art.

Niet vanuit de overtuiging dat ik eindelijk heb ontdekt hoe een mens hoort te leven. Precies het tegenovergestelde. Ik geloof dat niemand anders dat voor jou mag bepalen. Niet je ouders. Niet de maatschappij. Niet een therapeut. Niet een coach. Niet een spirituele leraar. Niet een theorie. En ik ook niet.

Ik geloof dat een mens het recht heeft zijn eigen formule van geluk te creëren. Zijn eigen regels. Zijn eigen verhouding tot liefde, werk, geld, relaties, succes, spiritualiteit, alleen-zijn, familie en alles wat hij van dit vreemde verschijnsel genaamd leven wil maken.

Dat betekent niet dat we alles al weten, alles zien of nooit vastlopen. Het betekent iets veel fundamenteler: Je bent geen project dat eerst af moet zijn voordat je aan je leven mag beginnen.

Misschien is Human Mind Art daarom voor mij werkelijk art. Kunst heeft geen universele formule voor het juiste schilderij. En een mensenleven volgens mij ook niet.

Die zevenjarige in Igarka heeft gezien hoe donker een mens kan zijn. De teenager rebel weigerde regels automatisch voor waarheid aan te nemen. De volwassen vrouw heeft liefgehad, gebouwd, verloren, verdiend, opnieuw begonnen, kinderen gekregen, fouten gemaakt, vragen gesteld en een behoorlijk kleurrijk leven bij elkaar geleefd. En op mijn vijftigste heb ik geen behoefte meer om daar een verbeterde versie van te maken.

Ik ben al heel. Ik ben al de beste versie van mezelf. Niet perfect. Niet af. Niet definitief geheeld. Gewoon: ik.

En die rebel is er trouwens nog steeds. Alleen rookt ze niet meer op het schoolplein. Ze stelt nog steeds de verkeerde vragen, weigert nog steeds te leven volgens regels die niet van haar zijn – en creëert, precies daardoor, de wereld waarin ze zelf wil leven.

– Nataliya Gubka

Bekijk ook eens

nl_NLDutch